Ambachtslui tonen hun vakmanschap

Koen Boon van Alinhout

“Ambachten moeten eens van hun stoffige imago afraken. We mogen gerust uitpakken met die mooie beroepen én hun resultaten.” Aan het woord: Koen Boon, fiere houtbewerker en eigenaar van AlinHout. Samen met glasblazer Frederik Rombach van Rombachs Glas is hij een van de twee Antwerpse laureaten van Ambacht in de Kijker. Een wedstrijd die - precies zoals Koen wenst - ambachtslui in de kijker zet.

“Ik werd al vroeg gebeten door de ‘passie voor hout”. Volgens mijn moeder wou ik als kind al oude meubeltjes vernieuwen. Toen ik veertien was ging ik houtbewerking volgen, en na de schooluren ging ik bij de vader van een vriend meubeltjes afschuren - urenlang, tot de vellen van mijn vinger hingen. Maar mét plezier. Zo leer je het materiaal pas kennen: geschuurd hout legt al zijn geheimen bloot.”

“Ik herken me in die gebetenheid”, vertelt Frederik. “Als twintiger werkte ik als beeldhouwer in een Amerikaans familiebedrijf. Daar werd ook met glas gewerkt en dat fascineerde me. Na mijn werkdagen mocht ik er met het restglas aan de slag … en dat liet me niet meer los. Toen ik een tijd later in Nederland woonde, ging ik daar als glasbewerker werken. Ik begon te experimenteren met verschillende technieken en draaide een halve dag mee in een glasblazerij. Mijn nieuwe passie was geboren. Ze wakkerde ook mijn liefde voor het materiaal aan. Daarom besloot ik een paar jaar geleden om alleen nog maar met recuperatiemateriaal, zoals glas van flessen, te werken. Ik ben de enige glasblazer in Europa die dat doet. Maar waarom zou je zo’n mooi materiaal niet hergebruiken?”

Frederik Rombach van Rombachs Glas

Toewijding en geduld

“Van een ambacht je beroep maken, is niet evident. Het vak onder de knie krijgen kost tijd en moeite. je moet de technieken en de machines leren kennen, de handelingen in de vingers krijgen, ... ”, vertelt Frederik, die meteen bijval krijgt van Koen: “Ik probeerde zoveel mogelijk bij te leren door na mijn studies aan de slag  te gaan bij tal van houtbewerkers, schrijnwerkers en bouwondernemingen. Toen kreeg je daar precies nog de tijd voor: nu leven we in zo’n snelle wereld, waarin alles metéén moet. Terwijl een ambacht toewijding en geduld vraagt.”

Ambacht vs. industrie

“En dan is er nog de zakelijke kant van het verhaal: je moet ook ondernemen”, gaat Frederik verder. “Opstarten kost best veel geld en die investering weegt voor een beginnend vakman vaak door. Gelukkig leerde ik van een bevriend glasblazer hoe ik zélf een oven kon bouwen. Het is dus een lange zoektocht: naar kennis, naar geld, naar oplossingen, naar netwerken, …”

“Je moet het ook opnemen tegen de industrie, waar snelle machines de prijs en de productietijd drukken”, vult Koen aan. “Daar kan ik met mijn zaak niet tegenop. Maar ik bied wél unieke stukken. Van een kwaliteit die lang meegaat: we laden ons hout met de hand uit, zodat we elke plank gecontroleerd hebben. Bij ons klop je nog aan voor maatwerk, molures-uit-de-tijd-van-toen, of voor de reproductie van een houten winkelinterieur uit de jaren ‘20.”

Vakkunsten tonen

“De uitdaging voor mij blijft ‘me profileren’. Ik ben nog altijd meer vakman dan marketeer”, geeft Koen toe. “Niets mis mee, maar mensen moeten natuurlijk wel weten waarvoor ze bij ons terechtkunnen.” “Daarom kies ik mijn opdrachten vaak zelf uit”, vertelt Frederik. “Ik zet samen met instellingen sociaal-artistieke projecten op die steunen op co-financiering of crowdfunding.”

“Ik merk alvast dat we ons ambacht de nieuwe tijd moeten intrekken”, gaat Frederik verder. “Ik startte net een webshop op en wil een mini-glasblazerij in mijn winkel installeren. Zo wil ik zichtbaarheid geven aan mijn ambacht. Niet alleen om te verkopen, maar om mensen warm te maken voor het vak. Zou het niet leuk zijn als we - net als in de tijd van de gilden - onze vakkunsten weer tonen en onze onze winkelkernen weer wat leven inblazen?”

Stem voor Koen en Frederik op ambachtindekijker.be

Deel deze pagina: