Bedrijf in de kijker: CMOSIS

Niets aan de gevel van de oude ATEA-fabriek in de Coveliersstraat verraadt dat er een hoogtechnologisch bedrijf werkt aan innovaties voor de ruimtesector en de medische wereld. Toch is dat precies wat CMOSIS doet: extra snelle en gevoelige beeldsensoren ontwikkelen met een kwaliteit en een resolutie die hun gelijke niet kennen.

Antwerpse hightech

Hightechbedrijf CMOSIS werd opgericht in 2007, in een klein kantoor aan de Amerikalei. CEO Luc De Mey: “Ons team van vijf had al fors wat ervaring in de sector, en ook een flinke track record bij IMEC. Maar toen we in Antwerpen startten, wilden we echt terug naar de basis: onderzoek naar nieuwe technologieën en patentaanvragen. Dat is ons wonderwel gelukt: de voorbije zes jaar groeiden we uit tot een bedrijf van 55 medewerkers, met klanten in alle hoeken van de wereld. Verhuizen naar de Coveliersstraat bleek al snel noodzakelijk.”

Nood aan hoge ruimte

Ongeveer een kwart van de kantoorruimte van CMOSIS bevindt zich achter een grote glazen wand. Daar lopen alleen medewerkers in een wit pak, met mondmaskers en handschoenen. De Mey: “Onze clean room is cruciaal voor de kwaliteitscontrole van onze producten. Maar ze is ook meteen ons probleemkind: de afzuiging moet zo sterk zijn dat de meeste gebouwen onvoldoende hoogte bieden.”
“Gelukkig konden we rekenen op de steun van stad Antwerpen: zij stelden ons deze oude ATEA-fabriek voor – een mooi gebouw dat bij veel Antwerpenaren ook erg goed gekend is. Hier was wél plaats voor onze specifieke noden. En nu we hier stilaan uit onze voegen barsten, heeft de stad alweer een nieuw alternatief klaar: de oude Electrabel-building hier een paars straten verderop. Zonder dat we erom moesten vragen! Die proactieve samenwerking zorgt ervoor dat we ons hier echt welkom voelen in de binnenstad.”

Uitdaging: mensen vinden

CMOSIS boekte vorig jaar een omzet van bijna veertig miljoen euro, en kwam onlangs in handen van een Amerikaanse financiële groep. De Mey: “De overname heeft geen enkele impact op onze operationele werking. We varen onze eigen koers, en zijn een mooi bewijs dat hightechbedrijven écht hun plaats hebben in Vlaanderen. We produceren niet hier (dat gebeurt in Frankrijk, Israël, Japan en Thailand), maar het epicentrum van onderzoek en ontwikkeling houden we wél in Antwerpen. En we testen alle sensoren ook in onze eigen clean room voor ze naar de klanten vertrekken.”

De lokale verankering is tegelijk een grote uitdaging voor CMOSIS. De Mey: “Geen enkele Vlaamse universiteit levert mensen af die gespecialiseerd zijn in ons domein van micro-elektronica en fotonica. Gekwalificeerde ingenieurs vinden is dus een heksentoer – en we hebben er veel nodig om te blijven groeien. Gelukkig maken we ook steeds meer internationaal naam en slagen we erin topmensen uit het buitenland aan te trekken. Voor hen is onze vestiging in de binnenstad natuurlijk ook een extra troef.”

Deel deze pagina: