Dringend gevraagd: Fashion Manager (m/v)

Op 7 mei 2014 werd in de Antwerp Management School het boek ‘Fashion Management’ voorgesteld, gevolgd door een geanimeerd debat over de harde zakelijke kant van de Vlaamse modesector. Het fraai door Lannoo uitgegeven boek ‘Fashion Management’ werd samengesteld door Annick Schramme (Antwerp Management School), Francesca Rinaldi (Milano Fashion Institute) en Karinna Nobbs (London College of Fashion). De auteurs maken erin duidelijk dat achter de glamour en de glitter van de modewereld een zakelijke machine schuilt die zich met noeste arbeid en wisselend succes laat bedienen.

Zakelijk talent

Niet toevallig werd het idee voor het boek geboren aan de Antwerp Management School. De school organiseert al enkele jaren een Summer School in Fashion Management en droomt er luidop van om vanaf 2015 een heuse Masteropleiding Fashion Management aan te bieden. Na de druk bijgewoonde lancering van het boek volgde een debat tussen Muriëlle Scherre (lingeriemerk La Fille d’O), Antony Verbaeys (schoenmerk n.d.c. madebyhand) en Anne Chapelle (BVBA32, het bedrijf achter Ann Demeulemeester en Haider Ackermann). Chapelle opperde meteen dat er een schaarste is aan zakelijk talent aan de top van de Vlaamse modewereld en dat de opleiding mode aan de academie nauwelijks aandacht besteedt aan bedrijfskundige competenties: “Ik moet aan onze ontwerpers altijd weer uitleggen wat een balans is.” Verbaeys voegde eraan toe dat je creatief en zakelijk toptalent in Vlaanderen maar bitter weinig in één persoon verenigd ziet. Duo’s aan de top kunnen een oplossing bieden, al stelde Scherre dat je daarvoor als creatief leider je zakelijke evenknie wel erg goed moet kennen, vertrouwen en graag zien. “Ontwerpers hebben niet enkel grote ego’s, het zijn vaak ook grote emo’s. Dat maakt zo’n tandem niet altijd makkelijk.”, stelde Chapelle.
 

E-commerce

Het volgende thema op de discussietafel was e-commerce. Daarover was minder eensgezindheid. Chapelle koos er alvast voor om voor Ann De Meulemeester het digitale verkoopspad niet te bewandelen: “De (fysieke, red.) winkels waar de collectie te koop is, staan erg sterk en bieden een unieke customer experience die het internet niet kan bieden.” Verbaeys ziet minder graten in een webshop: “Een vrouw uit Utah, waar in honderden mijlen omtrek geen high-end modewinkel te bespeuren valt, heeft ook recht op haute couture”.
 

Sociale Media

De sociale media werden dan weer door alle panelleden als een geschenk uit de hemel gezien, wegens de directe band met de klant en het gratis forum ter versterking van je merkpersoonlijkheid. Scherre beaamde: “Je zou eens moeten weten hoeveel vrouwen er foto’s van zichzelf in mijn lingerie op Instagram posten. De sociale media bieden mij de kans om gratis reclame te maken voor het juiste publiek én maken de klant mondiger en dus machtiger. Een win-win situatie!” Verbaeys waarschuwde om de sociale pagina’s van je merk wel nauwgelet op te volgen en er omzichtig mee om te springen, een foute opmerking kan heel wat schade berokkenen.
 

Lokalisatie

Tenslotte hield Anne Chapelle een pleidooi voor meer productie dicht bij huis. “Ik begrijp dat je niet alles in eigen land kunt laten maken, maar onze industrie valt weg en dat is dramatisch. Het is immers onze ruggensteun. Ik pleit voor lokalisatie. We hebben niet enkel creatieven en intellectuelen nodig, maar vooral ook goede vakmensen. We mogen niet neerkijken op mensen uit het beroepsonderwijs. Een vaardige vakvrouw of vakman moet ik bijna evenveel betalen als een universitair. Nog een reden om te lokaliseren: dat massale vrachtwagentransport met kleding begint mij stevig tegen te steken. Het strookt niet langer met onze visie op duurzaamheid.”
 
Lees meer over de Summer School rond Modemanagement van deze zomer. 
 

Deel deze pagina: