Wettelijk kader voor huur pop-uphandelszaken

Steeds vaker willen ondernemers eerst de levensvatbaarheid van een detailhandelsconcept uittesten alvorens tot belangrijke investeringen over te gaan. Ze doen dat bijvoorbeeld via een pop-up shop. Tot nu toe was er onduidelijkheid over het kader waarbinnen een eigenaar tijdelijk een pand hiervoor ter beschikking kan stellen.

Decreet

Maar hoe zit het nu precies met de huur van dergelijke handelszaken? De huur van handelspanden voor een periode van minder dan een jaar verkeerde tot voor kort nog in juridische onzekerheid. Het decreet dat in juli 2016 in de plenaire vergadering van het Vlaams parlement werd goedgekeurd, komt aan deze problematiek tegemoet.

Het gaat om een afzonderlijke wettekst, die niet in de (federale) Handelshuurwet wordt opgenomen. De private huurwetgeving behoort sinds de zesde staatshervorming immers tot de bevoegdheid van de gewesten.

Belangrijk voor eigenaar en handelaar

Korte termijnverhuring geeft ondernemers een kans om zonder veel risico’s de voor- en nadelen van een eigen handelszaak aan den lijve te ondervinden, en tegelijk naamsbekendheid te verwerven. Verder is het ook een efficiënte manier om gedurende een welbepaalde ‘proefperiode’ aan marktonderzoek te doen.

De eigenaars op hun beurt kunnen door een aangepaste reglementering gerustgesteld worden wanneer zij hun leegstaande handelspanden tijdelijk verhuren, en dit zonder dat er juridisch maatwerk aan te pas komt.

Bepalingen

De belangrijkste bepalingen van het decreet zijn als volgt:

  • Het toepassingsgebied omvat alle huurovereenkomsten die naar hun aard onder het toepassingsgebied van de Handelshuurwet vallen, maar die daarvan uitdrukkelijk zijn uitgesloten omwille van een duurtijd van minder dan één jaar. Enkel huurovereenkomsten waarvan de duur niet één geheel jaar bereikt of overtreft, zijn onderworpen aan dit decreet.
  • Dergelijke overeenkomsten eindigen van rechtswege op hun einddatum, zonder opzegging en zonder recht op huurhernieuwing. De huurovereenkomst kan, wanneer partijen daarmee akkoord zijn, wel één of meerdere keren worden verlengd. Dit gebeurt schriftelijk en onder dezelfde voorwaarden, zonder dat de totale duurtijd evenwel langer dan één jaar mag zijn. Indien de totale duur één jaar overtreft, valt de overeenkomst wel weer automatisch onder de Handelshuurwet.
  • Voorts kan de huur steeds door de huurder worden beëindigd mits een opzegging van één maand bij gerechtsdeurwaardersexploot of bij ter post aangetekende brief. Daarnaast kunnen partijen de huurovereenkomst ook vroegtijdig in onderling overleg beëindigen, op voorwaarde dat hun akkoord schriftelijk wordt vastgelegd.
  • Het decreet laat de nieuwe eigenaar bij een eventuele overdracht van het gehuurde goed niet toe om de huurder uit te zetten, indien de huurovereenkomst geregistreerd is. Het is dus aan te raden om de huurovereenkomst te laten registreren bij het bevoegd registratiekantoor. Vanzelfsprekend is er ook geen uitzettingsvergoeding voor de huurder voorzien bij het einde van de korte huur, tenzij anders is overeengekomen.
  • Alle belastingen op het onroerend goed worden geacht in de huurprijs inbegrepen te zijn (bijv. onroerende voorheffing en gemeentelijke belastingen). Dit is niet het geval voor de kosten van de nutsvoorzieningen. Voor verbouwingen aan het gehuurde pand, volgt het decreet de filosofie van de Handelshuurwet, met als enige verschil dat er kortere periodes worden gehanteerd.
  • De overdracht van huur en onderhuur zijn - gelet op het tijdelijke karakter - strikt verboden.

Meer info

 

 

bron: Lexalert.be

Deel deze pagina: